Het Zwarte Gat
De oude wijsgeer Plato, vermoeid door de vele zware jaren van onderzoek naar de wezenlijke dingen des levens, wilde stoppen met werken, dus met denken. Maar zijn omgeving waarschuwde hem voor de gevaren van het zwarte gat. Hij geloofde er zelf niet in maar wilde ook niet abrupt stoppen zonder enig beeld daarover te hebben. Hij besloot dit voor te leggen aan zijn leerlingen.
'Zeg jongeling Alphaos (een ontluikend talent), kun jij mij uitleggen wat een zwart gat is?'
'Jazeker Meester, ik denk dat ik het wel weet. Ziet u, mijn nichtje van moederszijde Daphne (13) heeft het vriendje van mijn nichtje van vaderszijde Ariadne (14) afgepikt. Het vriendje (Adonis) vindt de vlindertjes van Daphne kleurrijker en spontaner en haar kussen zoeter. Kijk, Daphne gaat een goede tijd tegemoet maar Ariadne een slechte tijd. Zij valt dus in een zwart gat.'
'En jij Bethapolis (aanvallend en praktijkgericht), kun jij hierover ook iets zeggen?'
'Jazeker Meester! Ik moet straks naar het huis van mijn grote broer. Daarin hebben ze een ongeregeld zooitje bijeengebracht, waar de types dag in dag uit bezig zijn binnen te dringen in de meest afgelegen en donkerste hoekjes van elkanders ziel, deze in kaart te brengen en de zwakke schakels onbarmhartig te bombarderen tot volkomen vernietiging een feit is. Vanmiddag wordt een individu de deur uitgezet, je zou zeggen die heeft geluk gehad. Nee hoor, zo wordt dat niet beleefd. Hij of zij valt in een diep zwart gat. Geen twijfel mogelijk: microfoon en camera erbij, iedereen kan het horen en zien.'
'Gammares (denken is bijvak), wat vind jij ervan?'
'Nou Meester, ik heb eigenlijk nu geen tijd. Ik ben dag en nacht bezig met een uitgebreid onderzoek en leg nu de laatste hand aan de wetenschappelijke onderbouwing van het vraagstuk van het ontwarren van de Gordiaanse knoop bij het Grieks worstelen. Ik bekijk de knoop nu van onderen en ik moet zeggen, die drukt behoorlijk op mij, ik ben al dagen niet meer thuis geweest en op dit moment zie ik alleen maar sterretjes. Als u het niet erg vindt laat ik het hierbij, wellicht op een later tijdstip, ik zie er nu geen gat in.'
De oude Meester mompelt nog wat dat het dan te laat is, want dan denkt hij immers niet meer. En Omeganous, wat heb jij ons te vertellen?'
Omeganous, een fris uitziende vijftiger, net aangekomen in Athene na een loopje uit Marathon, oogt nog zo fit als een hoentje.
'Geen punt Meester, ik kijk wel even.'
Hij springt in het imaginaire zwarte gat, komt soepel op de bodem terecht, veert zachtjes door de knieën, kijkt om zich heen en schreeuwt naar boven: Meester, ik zie helemaal niets!'
'Prachtig, mijn beste leerling, ik ben het roerend met je eens, ik zie ook helemaal niets!'
Voldaan keert de oude Meester naar zijn huis terug om te genieten van een glas heerlijke hellenistische landwijn.
Alles goed en wel, maar dat is lang geleden, wij leven in een andere tijd en werken bij een instantie die nadrukkelijk het zekere voor het onzekere neemt, beïnvloedt ook mij. Dus wil ik toch meer zekerheid. Daarom zijn wij naar een cursus geweest, Pensioen In Zicht heet dat. Dat is een geruststellende omschrijving voor wat het werkelijk is. Je kunt beter spreken van Een verkenning naar de randen en diepten van het zwarte gat of Is er nog leven na het zwarte gat?Een select groepje angstige mensen, weliswaar dus niet aselect samengesteld, wordt voorzichtig aan de liefhebbende hand van de leider naar de directe omgeving van het zwarte gat geleid. Hier luisteren wij in een halve cirkel in kleermakerszit naar haar angstaanjagende verhalen van mogelijkheden en onmogelijkheden om aan de andere kant van de onpeilbare diepte te komen. Is er dan geen hoop? Een beetje, jazeker, hoe commercieel toch van het instituut! Eén deelnemer moet de andere kant al lang geleden hebben bereikt, want hij is al ver in de zeventig. Hij vertelt over zijn ervaringen maar laat wijselijk niet het achterste van zijn tong zien.
Volkomen zekerheid is opnieuw niet bereikt.
Compostela
Publicatiedatum: 16 mei 2008
Auteur: Compostela

Reacties
Er zijn nog geen reacties