Als je het helemaal niet meer ziet zitten
Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was het aantal zelfdodingen in 2006 ruim tweemaal zo hoog als het aantal verkeersdoden (1524 vs. 754). Schokkende cijfers. Wat beweegt iemand om zichzelf het leven te benemen? Hoe moeten betrokkenen en hulpverlening omgaan met iemand die signalen afgeeft die in de richting van zelfdoding gaan? Belangrijk elementen bij een ernstig depressie (kunnen) zijn: een sterke depressieve stemming, lusteloosheid en passiviteit, duidelijke toename of afname van gewicht, teveel of juist te weinig slapen, vermoeidheid, sterke minderwaardigheidsgevoelens of overmatige schuldgevoelens, concentratieproblemen en gedachten over de dood. Een combinatie met psychose, persoonlijkheidsstoornis of verslaving kan de situatie nog complexer maken. De afgelopen jaren zijn er wetenschappelijke evidence based protocollen ontwikkeld die als richtlijn voor de professionele hulpverlener dienen. Echter, de absolute cijfers nemen nog niet significant af (wellicht relatief gezien, indien gecorrigeerd voor bevolkingstoename en andere factoren).
Het fenomeen isolatie neemt vaak een belangrijke plaats in bij depressie. Zich terugtrekken, groepen vermijden etc. Ook wanneer iemand een breed sociaal netwerk heeft kan er toch sprake zijn van emotionele isolatie en vervreemding. Een centraal punt bij preventie lijkt dan ook te zijn hoe we ernstig depressieve mensen kunnen bereiken. In letterlijke zin, maar ook in figuurlijke zin. Kunnen we toegang verschaffen tot de belevingswereld van iemand die suïcidaal is, contact maken, en vooral kunnen we zijn of haar taal spreken? Internet is hierbij steeds vaker een mooi instrument als het gaat om laagdrempeligheid en het vinden van lotgenotencontacten. Eén van de relatief nieuwe initiatieven is Stichting EX6 (spreek uit: exces), sinds 1 september 2005 gevestigd in Den Bosch. Een citaat uit de folder:
“EX6 is een stichting die in 1994 is opgericht door een ex-patiënt in 's-Hertogenbosch voor (ex)-suïcidale mensen. Na drie zelfmoordpogingen wilde hij een nieuwe start maken. Om dat te kunnen doen moest hij zijn verhaal kwijt, maar praten over zelfdoding was een taboe. Met behulp van een therapeute die wel open stond voor zijn verhaal startte hij een zelfhulpgroep, want aldus de oprichter: “praten is het enige medicijn”. Zijn gedachte ‘waar ik tegenaan loop, lopen meerderen tegenaan’ werd na diverse publicaties in kranten bewaarheid. De telefoon stond dagenlang roodgloeiend. In een paar jaar tijd groeide EX6 uit tot een landelijke organisatie met zelfhulpgroepen door het hele land en een hulptelefoon, die 24 uur per dag bereikbaar is. En, deze groepen hebben bewezen nuttig te kunnen werken: lotgenoten hebben steun aan elkaar, voelen zich serieus genomen en worden geaccepteerd zoals ze zijn. Het gevoel van eigenwaarde stijgt.”
De doelstellingen blijken duidelijk uit het jaarverslag 2006:
“EX6 stelt zich ten doel om suïcidale mensen te ondersteunen door middel van:
- lotgenotencontact in de vorm van zelfhulpgroepen;
- bewustwording van eigen kracht;
- een hulptelefoon;
- een website met daaraan gekoppeld een beveiligd forum en chatroom;
- contacten met de media om meer bekendheid te krijgen, zodat nog meer mensen uit de doelgroep bereikt kunnen worden;
- het overbruggen van de kloof tussen mensen in nood en het aanbod van hulpverleningsinstellingen;
- het maatschappelijk bespreekbaar maken van zelfdoding.
De fundamenten van de zelfhulp zijn gestoeld op erkenning en herkenning, veiligheid en ervaringsdeskundigheid. Daarnaast krijgt een ieder de ruimte om in eigen tempo te werken aan de verwerking van zijn/haar ervaringen en het zoeken naar oplossingsmethoden.”
Diverse fora geven een kijkje achter de schermen van patiënten en nabestaanden en laten een zeer complex, divers en aangrijpend beeld zien. Vrijwilligers worden daarom intern getraind en voorbereid op de diverse taken. Stichting EX6 is grotendeels afhankelijk van vrijwilligers, dit geldt ook voor de bestuursleden. De telefonische hulpdienst krijgt gemiddeld al 90 telefoontjes per week. De interactieve website telde in 2006 ruim 9000 berichten, een gigantisch aantal (een toename van 7000 in één jaar). Ook de chatrooms worden steeds meer gebruikt. Zelfhulpgroepen zijn er inmiddels in Utrecht, Eindhoven, Den Bosch, Deventer en Den Haag. Jongeren bleken helaas niet zo snel op de lotgenotengroepen af te komen. Daarop is inmiddels een speciale jongerenafdeling opgericht die inmiddels gestart is. De landelijke contactdag was ook een succes. Nog een citaat uit het jaarverslag 2006:
“EX6 is niet bedoeld als vervanging van de reguliere hulpverlening, maar een aanvulling op de reguliere hulpverlening. EX6 is voor lotgenoten vaak dan ook een opstap naar de reguliere hulpverlening. De samenwerking met de GGZ biedt een aantal voordelen:
- De bereidheid en mogelijkheden wederzijds door te verwijzen, neemt duidelijk toe.
- Na een gezamenlijke informatiebijeenkomst kunnen er verschillende lotgenotengroepen opgestart worden, zowel vanuit de GGZ als EX6.
- Een vergeten groep, zoals de direct betrokkenen van de suïcidale mensen, kan nu ook aan bod komen."
Wat zijn de ervaringen? Ed Claassens, directeur van EX6, verwijst ons naar het artikel van Eric Arends in de Volkskrant van 1 april 2006 (‘Wat bezielt de zelfmoordenaar?’). Hierin komen een aantal mensen aan het woord die nog steeds leven en wel op een goede manier. Dankzij de interventie van EX6 en de daarop volgende behandeling door professionals. Claassens afsluitend tegenover de redactie:
“Belangrijk tenslotte voor de doelgroep is te weten dat ‘er over praten moet en ook helpt’. Wij weten zo langzamerhand, dat deze groep in een enorm isolement zit. Zelfdoding is kennelijk bijna het laatste taboe in Nederland. De omgeving ziet het ook vaak niet aankomen. Gevoelens van suïcidaal gedrag uiten, naar wie dan ook, is daarom essentieel!”
Wij wensen alle medewerkers van EX6 en hun cliënten veel succes!
De redactie
Enkele statistieken. Volgens het CBS zijn in 2006 maar liefst 5354 mensen in Nederland een niet-natuurlijke dood gestorven. Dit cijfer is de afgelopen tien jaar min of meer gelijk gebleven. Een relatief lager cijfer werd gerapporteerd in 1998 (4914) en een relatief hoog cijfer in 2003 (5404). De definitie van een niet-natuurlijke dood die door het CBS wordt gehanteerd: “Het overlijden is veroorzaakt door een van buitenaf komend onheil, zoals: zelfdoding, moord/doodslag, verkeersongeval, privéongeval. Euthanasie is hierbij buiten beschouwing gelaten”. De definitie van zelfdoding: “Het slachtoffer heeft zelf een handeling verricht met als uitdrukkelijk doel zichzelf het leven te benemen”. Het aantal zelfdodingen ligt de afgelopen tien jaar rond de 1500. Voor 2006 is dit cijfer 1524. Het CBS geeft ook een inzicht in de wijze van zelfdoding. Dit geeft een duidelijk, en zeker ook confronterend beeld. De meest recente cijfers betreffen 2005 waarin het totaal lag op 1572. Ophanging/verwurging is hierbij de grootste subgroep: 713 (45%); daarna medicijnen/alcohol: 264 (17%); vervolgens voor trein/metro springen: 177 (11%): springen van een hoogte: 128 (8%); verdrinken: 114 (7%); overige: 173 (11%) en onbekend: 3 (0,2%).
Publicatiedatum: 13 juli 2007
Auteur: Redactie

Reacties